Hoogdringendheid en crisishulp

Wat is een maatregel ‘hoogdringendheid’?

Jeugdmagistraten en sociale diensten voor gerechtelijke jeugdhulp kunnen een minderjarige in een crisis aanmelden als zij geconfronteerd worden met een crisissituatie en ze inschatten dat ze zelf of met een doorverwijzing in de jeugdhulp niet tijdig tot een gepaste oplossing kunnen komen en waarbij geen minimale bereidheid is om te spreken over crisishulp.

Het ontbreken van de minimale bereidheid moet dan begrepen worden in de zin dat de cliënt slechts met een gerechtelijke beslissing te bewegen is tot hulp. Vertaald naar de vorderingsgronden (art. 47) kan er aangemeld worden tijdens zowel de gewone vorderingsprocedure als tijdens de procedure hoogdringendheid. Het crisismeldpunt heeft het exclusieve mandaat om te beslissen over de opstart van een module crisishulp. In gerechtelijke jeugdhulp worden de termijnen van de typemodules crisis gerespecteerd. Er wordt steeds een beschikking opgemaakt. Een beschikking kan nooit leiden tot een eenzijdige toewijzing van een plaats in het hulpprogramma. In de beslissing wordt duidelijk vermeld of het gaat om een vordering bij hoogdringendheid (art 47 2°) of een gewone vordering (art 47 1°). Het meldpunt informeert SDJ en ITP daags nadien over een aanmelding met vordering hoogdringendheid (art 47, 2°) in functie van continuïteit. Het meldpunt deelt de regierol met SDJ en SDJ vervult een rol inzake het onderzoeken van mogelijkheid van vrijwilligheid. De SDJ zullen de eerstvolgende werkdag na kennisname van de opdracht van de magistraat contact opnemen met de cliënt en/of voorziening in functie van het verder opnemen van de regierol na de crisishulp. Dit behelst het verzamelen van relevante informatie en desgevallend het opstarten van een aanvraag bij de ITP in functie van een vlotte uitstroom uit het crisishulpprogramma.

De procedure bij de toegangspoort wanneer de jeugdrechtbank bij hoogdringendheid een maatregel wil uitspreken?

Een dossier waarbij de jeugdrechter door een procedure hoogdringendheid werd gevat, is automatisch een dossier met de hoogste prioriteit. Dit dossier komt dus bij het team jeugdhulpregie onmiddellijk in de derde fase terecht. In deze fase heeft de jeugdhulpregisseur zo nodig een dwingend toewijzingsmandaat maar het is uiteraard de jeugdrechter die in zijn vonnis of beschikking de toewijzing formeel doet. De jeugdhulpregisseur garandeert aan de jeugdrechtbank dus in deze dossiers een snelle realisatie van de gevraagde hulpverlening.


Aanpassing in de procedure op eind november 2017

Wanneer jeugdrechters in hoogdringendheid gevorderd worden en er geen andere mogelijkheden gevonden worden om passende hulpverlening te realiseren, kunnen zij beroep doen op het crisisnetwerk. Wanneer binnen het crisisnetwerk van de regio geen aanbod kan gedaan worden, informeert het meldpunt de ITP. De aanmelder maakt op zeer korte termijn een A-doc op met de informatie die dan voorhanden is. De toegangspoort bekijkt of er mogelijkheden te zien zijn in INSISTO in de regio. Indien er ook bij ITP geen aanbod voorhanden is, koppelt de ITP dit terug naar het meldpunt.

Het meldpunt kan, na overleg met de aanmelder, de meldpunten van de andere regio’s bevragen of een aanbod vanuit andere crisisnetwerken mogelijk is. De voorzieningen die een engagement doen ten aanzien van het crisisnetwerk en die bevraagd worden in functie van een casus uit een andere regio, maken daarover afspraken (onder meer over termijnen, opvolging en uitstroom) met het eigen crisismeldpunt. Aangezien het gaat om situaties met de status “hoogdringendheid” wordt automatisch een fase 3-prioriteit toegekend, wat een grotere garantie biedt op uitstroom binnen de vastgestelde termijn.

Specifieke actoren

  • Parketmagistraten situeren zich op de buffer tussen het buitengerechtelijk en het gerechtelijk veld. In die zin kunnen zij vanuit verschillende gedaantes contact nemen met het crisismeldpunt om beroep te 15 doen op het hulpprogramma. Een parketmagistraat zal dan ook zelf moeten inschatten in welke mate de cliënt bereid is om mee te gaan in de crisishulp. Wanneer een parketmagistraat inschat dat de cliënt wel bereid is om te spreken met hulpverlening en minstens voor de duur van de crisishulp bereid is om mee te werken, kan aangemeld worden bij het crisisnetwerk. Men blijft dan werken in een buitengerechtelijke context, waarbij dus minstens de impliciete instemming van de cliënt vereist is. Het is niet altijd vooraf duidelijk of die bereidheid er is of zal blijven. De bereidheid die een cliënt toont voor een parketmagistraat kan ook veranderen wanneer deze magistraat uit beeld verdwenen is. Omdat men de keuze heeft gemaakt voor een buitengerechtelijke context, kan de crisishulp niet worden verdergezet wanneer de cliënt de hulp weigert. Het crisismeldpunt zal in dergelijke situatie zo snel mogelijk de parketmagistraat opnieuw contacteren met de boodschap dat crisishulp in een buitengerechtelijke context niet meer mogelijk is. Het is dan aan de bevoegde parketmagistraat om de nodige stappen te zetten om, indien hulp noodzakelijk is tegen de instemming van de cliënt in, een gerechtelijke beslissing te bekomen om deze hulp af te dwingen en dus de stap naar het gerechtelijke te zetten.
  • Consulenten van de dienst voor gerechtelijke jeugdhulpverlening kunnen aanmelden bij het crisisnetwerk. Daarbij moeten ook zij voor zichzelf een duidelijk beeld hebben van de context waarin zij zich bewegen. Het is mogelijk dat zij aanmelden voor een cliënt in een gerechtelijk traject (dus per definitie zonder bereidheid tot instemming) maar waarbij die cliënt wel bereid is om crisishulp te aanvaarden zonder gerechtelijke beslissing. In dat geval verloopt de aanmelding, vraagverheldering en eventuele dispatching volgens de procedures die gelden binnen een buitengerechtelijke context. Dit betekent, evenals bij parketmagistraten, dat wanneer de minstens impliciete instemming van de cliënt wordt ingetrokken, de crisishulp in een buitengerechtelijke context niet meer mogelijk is. De overgang van de buitengerechtelijke context naar een gerechtelijke context gebeurt steeds in overleg met het meldpunt, daar dit consequenties kan hebben voor de voorziening die een aanbod doet voor de jongere in kwestie. Sommige voorzieningen werken immers enkel in een buitengerechtelijke context.

Deze pagina werd aangepast op 30/11/2017.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vul de CAPTCHA code in. * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.