Rechten van de minderjarige

Het decreet ‘Rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp’ dateert van 7 mei 2004 en is vanaf 1 juli 2006 van kracht. (Voor de tekst, zie: ‘Rechtspositie en Memorie van toelichting‘ en brochure – Er is ook een werkmap ter beschikking).

Wie in de hulpverlening terechtkomt, geeft de controle over zijn eigen leven een beetje uit handen. Een minderjarige (-18 jarige) is daarbij kwetsbaarder dan een volwassene. Daarom is het des te belangrijker dat hij rechten heeft.
Op het ogenblik dat een minderjarige of zijn gezin professionele hulp krijgt binnen de integrale jeugdhulp, treedt het decreet Rechtspositie in werking.

Het decreet ‘Rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp’ regelt enkel de rechten van de minderjarige. Maar ook de ouders en de opvoedingsverantwoordelijken hebben rechten (en in hun geval ook plichten). We willen ook de rechten van de ouders en van de opvoedingsverantwoordelijken kort aangeven.

  • Elke minderjarige in de integrale jeugdhulp heeft rechten:

    1. Recht om zijn belang centraal te laten stellen in de jeugdhulpverlening
    2. Recht op hulp (binnen het beschikbare jeugdhulpverleningsaanbod)
    3. Recht op duidelijke en zo volledig mogelijke informatie
    4. Recht op respect voor zijn gezinsleven
    5. Recht op inspraak en participatie
    6. Recht op een zorgvuldig bijgehouden en veilig bewaard dossier
    7. Recht op de bijstand van een vertrouwenspersoon
    8. Recht op privacy
    9. Recht op zakgeld wanneer hij niet thuis woont maar residentiële hulpverlening krijgt
    10. Recht op een menswaardige behandeling
    11. Recht om klacht in te dienen

    Al deze rechten brengen geen juridische gevolgen met zich mee. Vandaar dat alle minderjarigen tussen 0 en 18 jaar ervan kunnen genieten.
    Een bekwame minderjarige kan bijkomend nog van 3 extra rechten genieten (die wel juridische gevolgen met zich meebrengen), nl:

    1. Recht om in te stemmen met de buitengerechtelijke jeugdhulp
    2. Recht om niet tegen zijn wil gescheiden te worden van zijn ouders
    3. Recht op toegang tot zijn dossier

    Deze drie rechten gelden dus enkel voor bekwame minderjarigen. Je bent ‘bekwaam’ wanneer je weet wat goed voor je is (wat in je belang is) én wanneer je weet wat de gevolgen zijn van je beslissingen. Het decreet Rechtspositie gaat er van uit dat minderjarigen bekwaam zijn vanaf 12 jaar. In een concrete situatie kan het gebeuren dat een hulpverlener de bekwaamheid van een minderjarige anders inschat.

    Voor elk kind dat hulp krijgt binnen de integrale jeugdhulp – ook als u daar niet van op de hoogte bent – gelden de rechten van het decreet Rechtspositie. Hulpverleners moeten de minderjarige altijd informeren over zijn rechten. Ouders* en volwassenen die verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van een minderjarige, moeten deze altijd met raad en daad bijstaan om die rechten te laten gelden. Deze brochure zet de rechten van minderjarigen op een rij.


    De rechten uit het decreet Rechtspositie gelden voor elke minderjarige. Er mag geen discriminatie zijn omwille van geslacht, ras, huidskleur, taal, geloof, handicap, inkomen, gezondheid, verblijfsstatuut, of wat dan ook.

    Al deze rechten zijn bovendien even belangrijk en vormen één geheel. Het ene recht kan niet zonder het andere. Wat ben je er bijvoorbeeld mee dat je een vertrouwenspersoon mag meebrengen naar het gesprek met je hulpverlener, als je dit niet weet omdat je daar geen duidelijke informatie over gekregen hebt?

    Deze rechten gelden ten slotte altijd. Het maakt dus niet uit of de minderjarige

    • op eigen initiatief hulp zoekt, of gestuurd is door zijn ouder(s), een leerkracht of bijvoorbeeld de huisarts;
    • thuis woont, bij iemand anders, of in een instelling;
    • hulp krijgt die opgelegd wordt door een rechter of niet;
    • hulp krijgt die van korte duur is of lang en intensief.

  • Ook u als ouder heeft rechten.

    Uw rechten als ouder:
    Volgens het decreet Rechtspositie is elke minderjarige een volwaardige partner in de hulpverlening. Dat betekent echter niet dat de ouders hun rechten of plichten verliezen – die liggen immers vast in het Burgerlijk Wetboek. Zolang kinderen minderjarig (<18 jaar) zijn, oefenen beide juridische ouders, volgens het Belgisch Burgerlijk Wetboek, normaalgezien samen het ouderlijk gezag over hen uit. (Dit noemt ‘co-ouderschap’.) Ouders moeten hun ouderlijk gezag natuurlijk steeds gebruiken in het belang van hun kinderen om hen te begeleiden naar volwassenheid.
    Onder toepassing van hun ouderlijk gezag hebben beide ouders recht:

    1. op eerbied en respect van hun kind
    2. om samen alle beslissingen te nemen over de opvoeding van hun kind en zijn bezittingen
    3. om hun kind bij hen te laten verblijven
    4. op persoonlijk contact met hun kind
    5. op informatie over hun kind
    6. om hun kind te vertegenwoordigen

    Ouders hebben natuurlijk ook plichten tegenover hun kinderen. Ze moeten:

    1. respect hebben voor hun kind
    2. zorgen voor zijn levensonderhoud, opvoeding en opleiding

    Ouders zijn ten slotte ook aansprakelijk voor hun minderjarige kinderen. Dit betekent dat zij de schade (of schulden) moeten betalen die hun minderjarige kind veroorzaakt heeft.

    Ouders hebben, volgens het nieuwe decreet Integrale jeugdhulp, als partner in de jeugdhulp ook uitdrukkelijk recht:

    1. om jeugdhulp te vragen
    2. dat de jeugdhulp rekening houdt met hun culturele kenmerken, socio-economische situatie en eventuele handicap
    3. om in te stemmen met de buitengerechtelijke jeugdhulpverlening
    4. op inspraak in de jeugdhulpverlening en in elke wijziging van die jeugdhulpverlening
    5. op toegang tot het dossier van de minderjarige
    6. op een periodieke evaluatie van de jeugdhulpverlening en op inspraak bij die evaluatie
    7. op privacy
    8. om een klacht in te dienen

  • Uw rechten als opvoedingsverantwoordelijke:

    Een kind wordt soms opgevoed door iemand anders dan zijn eigen ouders, bijvoorbeeld een stiefouder, een grootouder, een pleegouder of een andere volwassene die daartoe is aangesteld. Deze opvoedingsverantwoordelijken oefenen niet het ouderlijk gezag uit over de minderjarige en hebben dus ook niet dezelfde rechten en plichten als ouders. Wanneer ouders echter geen actieve rol spelen in de hulpverlening aan hun minderjarige kinderen, dan zullen opvoedingsverantwoordelijken wel een belangrijkere rol kunnen spelen in die jeugdhulp.

  • Tab 1 content goes here.

  • Tab 2 content goes here.

  • Recht op

  • Recht op inspraak en participatie

     

  • Tab 5 content goes here.

  • Vertrouwenspersoon

    Een vertrouwenspersoon moet cumulatief aan vier voorwaarden voldoen:

    • meerderjarig zijn;
    • + niet rechtstreeks betrokken zijn bij de hulpverlening;
    • + op ondubbelzinnige wijze door de minderjarige aangewezen zijn;
    • + beschikken over een uittreksel uit het strafregister dat een model 2 omvat.

    Kan een jeugdhulpverlener vertrouwenspersoon zijn?

    Als die jeugdhulpverlener niet betrokken is bij de hulpverlening aan die minderjarige, en hij/zij aan de andere hoger genoemde voorwaarden voldoet, kan een medewerker van een organisatie vertrouwenspersoon zijn.


    Verhouding tot de vertrouwenspersoon

    De vertrouwenspersoon heeft het mandaat om:

    • jeugdhulpverleners aan te spreken
    • bemiddeling en overleg te initiëren
    • de situatie op te volgen

    Deze persoon moet telkens vermeld worden bij en op de hoogte worden gebracht van de beslissingen over de jeugdhulpverlening.


    Voor andere bijkomende informatie verwijzen we naar de website van Vlaanderen. Klik hier.

  • Tab 7 content goes here.

  • Tab 8 content goes here.

Deze pagina is laatst bijgewerkt op 22/07/2016.
Info naar de overheidsbrochure 'De rechten van kinderen in de integrale jeugdhulp'(02/2014).
Hier vind je uitgebreide info over elk van de rechten.
Hier vind je een versie van de overheidsbrochures in andere talen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vul de CAPTCHA code in. * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.