R. op bijstand door vertrouwenspersoon

Een minderjarige die hulp zoekt of krijgt, mag zich altijd laten vergezellen en ondersteunen door iemand naar keuze die hij vertrouwt. Niet iedereen mag bijstand verlenen aan een minderjarige. De minderjarige mag enkel kiezen voor iemand die:

  • meerderjarig is, én
  • niet betrokken is bij de hulpverlening aan de minderjarige, én
  • die beschikt over een uittreksel uit het strafregister model 2 (beter bekend als een bewijs van goed gedrag en zeden, model 2).

Een voorbeeld:

  • Uw zoon rookt regelmatig een joint en u neemt daarover contact op met het Centrum voor Levens- en Gezinsvragen. De psycholoog spreekt uw zoon daar over aan. Tijdens dat gesprek mag hij zich laten bijstaan door een vertrouwenspersoon.

De vertrouwenspersoon zal gedurende het hele hulpverleningstraject een aanspreekpunt zijn voor de hulpverleners. Men zal de vertrouwenspersoon dan ook steeds op de hoogte houden en informeren over de hulpverlening.


Kan een jeugdhulpverlener vertrouwenspersoon zijn?

Als die jeugdhulpverlener niet betrokken is bij de hulpverlening aan die minderjarige, en hij/zij aan de andere hoger genoemde voorwaarden voldoet, kan een medewerker van een organisatie vertrouwenspersoon zijn.


Verhouding tot de vertrouwenspersoon

De vertrouwenspersoon heeft het mandaat om:

  • jeugdhulpverleners aan te spreken
  • bemiddeling en overleg te initiëren
  • de situatie op te volgen

Deze persoon moet telkens vermeld worden bij en op de hoogte worden gebracht van de beslissingen over de jeugdhulpverlening.


Voor andere bijkomende informatie verwijzen we naar de website van Vlaanderen. Klik hier.

Klik hier voor de flyer van de overheid: flyer vertrouwenspersoon

 

Deze pagina is laatst bijgewerkt op 22/07/2016.
Info naar de overheidsbrochure 'De rechten van kinderen in de integrale jeugdhulp'(02/2014).