R. op menswaardige behandeling

Een minderjarige mag nooit wreed behandeld of vernederd worden. Elke vorm van geweld is verboden.

Het kan gaan om:

  • mishandeling, bijvoorbeeld slaan, schoppen, door elkaar schudden, knijpen, bijten, aan de haren trekken;
  • geestelijk geweld zoals schelden, denigreren, beledigen, bedreigen, ridiculiseren, afwijzen, discrimineren, isoleren;
  • lichamelijke of emotionele verwaarlozing;
  • seksueel misbruik.

Hulpverleners en pleegouders mogen een minderjarige wel straffen als dat noodzakelijk is. Wie de regels overtreedt en bijvoorbeeld een hele nacht wegblijft of op drugs betrapt wordt, mag een straf krijgen. Die straf moet:

  • aangepast zijn aan de persoonlijkheid van de minderjarige;
  • in verhouding staan tot de ernst van de feiten;
  • altijd de opvoeding bevorderen.

Ze mag de minderjarige geen trauma bezorgen. Straffen door de minderjarige voedsel of bezoek te onthouden, mag ook niet. In een instelling worden minderjarigen soms tijdelijk afgezonderd of van hun vrijheid beroofd. Dat mag slechts zeer uitzonderlijk gebeuren en enkel onder de strikte voorwaarde dat de minderjarige een gevaar vormt voor zichzelf of voor zijn medebewoners, of dingen vernielt. Elke instelling moet een procedure hebben voor tijdelijke afzondering of vrijheidsbeperking. Die procedure moet een onderdeel zijn van het huishoudelijk reglement of het reglement van orde. Minderjarigen en ook ouders en opvoedingsverantwoordelijken moeten daar duidelijke informatie over krijgen.

Deze pagina is laatst bijgewerkt op 22/07/2016.
Info naar de overheidsbrochure 'De rechten van kinderen in de integrale jeugdhulp'(02/2014).