Modulering

AJW

De Vlaamse jeugdhulp intersectoraal en integraal willen organiseren veronderstelt een een heldere omschrijving van alle jeugdhulpaanbod in de diverse sectoren. Deze algemene aanpak wordt ‘modulering’ genoemd. 

Vanuit een lijst van functies die relevant zijn in het kader van de integrale jeugdhulp hebben de administraties in de diverse jeugdhulpsectoren typemodules opgesteld en er een zorg- of hulpzwaarte aan gekoppeld. Elke jeugdhulporganisatie beschrijft haar jeugdhulpaanbod in modules op basis van die typemodules. De instroommogelijkheden  in de organisatie, via deze modules, worden door de organisaties zelf bepaald. De modules en de instroommogelijkheden in die modules worden bij een erkenning van een jeugdhulporganisatie getoetst op de conformiteit met de typemodules. Samenwerking binnen de sectoren, maar ook intersectoraal – vooral bij zware dossiers-, is hierdoor mogelijk geworden. (Zie hiervoor ….)

De organisaties die jeugdhulp aanbieden richten zich op een of meerdere probleemgebieden. Afhankelijk van de zorg- of hulpzwaarte, uitgedrukt in een ‘gewicht’ aan hulpverleningsinzet (FID-parameters), wordt de toegankelijkheid van de typemodules aangegeven, zodat ze gecatalogiseerd worden als ofwel ‘rechtstreeks toegankelijk’ ofwel ‘niet rechtstreeks toegankelijk’. Elke jeugdhulp die men wil inzetten en die niet rechtstreeks toegankelijk is, moet via de intersectorale toegangspoort aangevraagd en toegewezen worden.

In het onderstaande tab-overzicht vind je gedetailleerde info over deze begrippen.

  • Een functie staat voor een specifiek kernproces van jeugdhulpverlening. Het geeft de hoofdactiviteit of de hulpactiviteit van een typemodule weer.

    Er zijn momenteel 11 functies.

  • Een (intersectorale) typemodule omschrijft een inhoudelijke organisatorische eenheid van hulp. Deze typemodule bevat alle inhoudelijke informatie over deze vorm van hulp. De kern van deze hulp wordt bepaald door exact één functie.

    Een projecttypemodule is beperkt in tijd en dient om experimentele en projectmatige hulp weer te geven.

    Een typemodule is een intersectoraal opgemaakte en afgestemde afgelijnde eenheid van jeugdhulpverlening. Een typemodule richt zich om één of meerdere sectoren. Elke typemodule omvat slechts één van de omschreven functies: brede instap, info en advies, diagnostiek, begeleiding, behandeling, bemiddeling, training, hulpcontinuïteit, verblijf, dagopvang en bijstand.

    Typemodule bevat volgende gegevens:

    • de naam van de typemodule
    • een ruimere omschrijving van de typemodule
    • de status van de typemodule
    • de sectoren waarvoor de typemodule geldig is (intersectorale typemodules zijn mogelijk)
    • de eigenaar van de typemodule
    • de sectorale contactpersoon of afdeling ITP in geval van een intersectorale typemodule
    • het versienummer van de typemodule en een omschrijving waarom een nieuwe versie noodzakelijk was
    • exact één functie
    • een indicatie op de parameters frequentie, intensiteit en duur (gewogen waarde)
    • een aanduiding van het onderscheid:
      • berekende waarde uit FID
      • een overschrijving van de berekende waarde vanuit kwalitatief debat
    • de leeftijdscategorie waarbinnen de hulp aangeboden kan worden:
      • alle leeftijden betekenen “tot en met”
      • de aangegeven minimumleeftijd duidt altijd op de minimale leeftijd die de cliënt moet hebben bij aanvang van de hulpverlening
      • de maximale leeftijd duidt op de leeftijd tot waarop de hulp maximaal verstrekt mag worden
      • als de maximale leeftijd bij opname verschillend is van de leeftijd tot wanneer de hulp verstrekt mag worden, wordt de maximale uitstroomleeftijd in de module aangegeven. Verdere specificaties over de leeftijd tot dewelke de jongere mag instromen staan mee in de “organisatorische randvoorwaarden”
    • een aanduiding of de hulp ter plaatse kan verstrekt worden (mobiel) of in de voorziening (ambulant) of als het een verblijf in de voorziening voor een bepaalde periode betreft (residentieel)
    • “gerechtelijk mogelijk”: deze typemodule kan uitvoering geven aan een gerechtelijke maatregel (cfr BVR 55) of kan ingezet worden voor minderjarigen in een gerechtelijk traject als een voorwaarde bij een toezicht door de sociale dienst voor gerechtelijke jeugdhulp
    • “gerechtelijk niet mogelijk”: deze typemodule kan niet als uitvoering van een gerechtelijke maatregel of als voorwaarde bij een toezicht door de sociale dienst voor gerechtelijke jeugdhulp ingezet worden. Naast een lopend gerechtelijk traject kan de minderjarige uiteraard wel op vrijwillige basis op dit jeugdhulpaanbod beroep doen
    • een aanduiding van de probleemgebieden:
      • altijd: de hulp is altijd gericht op cliënten uit die probleemcategorie
      • mogelijk: de cliënten uit die probleemcategorie zijn een mogelijke doelgroep
      • nooit: de cliënten uit die doelgroep kunnen geen gebruik maken van de hulp
    • indicaties & contra-indicaties: de criteria worden omschreven met telkens een trefwoord en een verklaring
    • organisatorische randvoorwaarden die beschrijven binnen welke richtlijnen de hulp georganiseerd moet worden (optioneel)
    • set van minimale acties: de acties worden omschreven met telkens een trefwoord en een verklaring
    • combinatiecriteria die bepalen of een typemodule altijd of nooit met een andere typemodule als modulecombinatie kan aangeboden worden
    • de contactgegevens van de aanspreekpersoon binnen de administratie voor deze typemodule

  • Een module is een indicatie dat een voorziening de hulp beschreven in de typemodule organiseert. De module kan inhoudelijk uitgebreid worden met extra acties, indicaties en contra-indicaties vanuit een door de administraties beheerde trefwoordenlijst. Het leeftijdsbereik kan per module beperkt worden. De module kan ook verrijkt worden met vrij op te maken infofiches. Eén module wordt afgeleid van één typemodule en is verbonden aan één voorziening, maar kan voor verschillende locaties gebruikt worden. Een voorziening biedt dus één module aan per gekozen typemodule op één of meerdere locaties.

    Een module bestaat uit exact dezelfde gegevens als de typemodule met toevoeging van:

    • een specifieke modulenaam, referentie naar de bijhorende typemodule, de voorziening die de module aanbiedt
    • de leeftijdscategorie waarbinnen de hulp aangeboden kan worden, binnen het leeftijdsbereik dat reeds in de typemodule werd aangegeven
    • extra acties toegevoegd vanuit de voorziening
    • extra indicaties en contra-indicaties toegevoegd vanuit de voorziening
    • vrijblijvend toe te voegen infofiches die extra informatie voor de cliënt bevatten (deontologische code, visie op hulpverlening, administratieve procedures, e.d.)
    • de contactgegevens van de aanspreekpersoon binnen de voorziening voor deze module

    Merk op: Modules zijn altijd gebonden aan een bepaalde voorziening of afdeling en dus aan een specifieke locatie

    Een voorziening bestaat uit naam en adresgegevens die uit het kadaster van voorzieningen wordt overgenomen met toevoeging van volgende contactgegevens:

    • algemeen telefoonnummer
    • algemeen faxnummer
    • algemeen e-mailadres
    • website
    • de contactgegevens van de aanspreekpersoon voor de organisatie.

    Een locatie bestaat uit naam en adresgegevens die uit het kadaster van voorzieningen wordt overgenomen met toevoeging van:

    • algemeen telefoonnummer
    • algemeen faxnummer
    • algemeen e-mailadres
    • website
    • de contactgegevens van de aanspreekpersoon voor deze locatie.

  • Een instroommogelijkheid bestaat uit minstens één goedgekeurde module NRTJ uit de voorziening en minimaal één locatie. Optioneel kunnen er nog doelgroepkenmerken aan toegevoegd worden. De instroommogelijkheid beschrijft de groep van modules en locaties in een voorziening waar een minderjarige effectief toe kan instromen. Voor de toegangspoort vormt dit de basis van het wachtbeheer.

    Elke voorziening zal in de moduledatabank zoveel instroommogelijkheden kunnen aanmaken als voor hen nodig en wenselijk is. De wachtlijstwerking van de toegangspoort wordt gekoppeld aan deze instroommogelijkheden. Met de instroommogelijkheden kan een organisaties aangeven of ze enkel met meisjes werkt, of binnen bepaalde leeftijdscategorieën, of gericht naar specifieke hulpvragen uit een bepaalde doelgroep, …

    De jeugdhulpregisseurs (ITP) zijn naast de voorzieningen diegenen die het meest met de instroommogelijkheden aan de slag moeten. Het is dus belangrijk dat de instroommogelijkheden die een voorziening wil omschrijven voor hen hanteerbaar zijn. Zij spelen een belangrijke rol in het adviseren van de voorzieningen bij het aanmaken of bijwerken van de instroommogelijkheden.

    De voorzieningen bepalen zelf hoe ze hun toegang organiseren. Eén module is niet gelijk aan één capaciteitsplaats omdat dezelfde soort hulp of module in een aantal verschillende varianten kan bestaan. Die modules verschillen wel op basis van FID maar maken geen verschil voor de organisatie van de voorziening zelf. De voorziening kan zich bijvoorbeeld ook naar verschillende doelgroepen organiseren (leeftijd, handicap, locaties,…) Die differentiatie is binnen de modules niet altijd zichtbaar omdat het over dezelfde hulp gaat voor een andere doelgroep.

    Elke mogelijkheid waarop cliënten voor een deel of zelfs voor het hele aanbod van een voorziening kunnen instromen noemen we een instroommogelijkheid. Het totaal aan instroommogelijkheden is de instroomcapaciteit. Een instroommogelijkheid bestaat uit één of een aantal modules uit de voorziening en minimaal één locatie. Bij elke instroommogelijkheid voorzien we de mogelijkheid om dezelfde doelgroepbepalingen toe te voegen die een indicatiesteller ook in het indicatiestellingsverslag kan toevoegen als regiebeperkingen. Zo kan de matching voor de jeugdhulpregisseurs nog vereenvoudigd worden. Elke voorziening zal in de moduledatabank zoveel instroommogelijkheden kunnen aanmaken als voor hen nodig en wenselijk is. Belangrijk is dat de wachtlijstwerking van de toegangspoort gekoppeld wordt aan deze instroommogelijkheden.

    Onderdelen van een instroommogelijk

    • Naam van de instroommogelijkheid
    • Omschrijving van het aanbod en de doelgroep
    • Modules waar de instroommogelijkheid toegang tot geeft waarvan minstens één NRTJ.
    • Locaties waar de hulp effectief aangeboden wordt
    • Optionele cliëntkenmerken die de doelgroep verder afbakenen:
      • Geslacht
      • Minimum en maximum leeftijd
      • Soort hulp (mobiel, ambulant, residentieel)
      • Probleemgebieden waartoe dit aanbod zich beperkt
      • Indicaties waartoe dit aanbod zich beperkt
      • Handicapcodes die aangeven voor welke handicap het aanbod bestemd is.

  • Een locatie is de fysieke plek waar de hulp wordt aangeboden en is dus altijd gekoppeld aan een adres. Dat kan het adres van de voorziening zelf zijn, of van afdelingen die aan de voorziening gekoppeld zijn vanuit het voorzieningenkadaster. De locatie kan ook verrijkt worden met vrij op te maken infofiches.

    Vanuit het voorzieningenkadaster halen we alle beschikbare informatie over de organisatie, de voorziening en diens afdelingen. Als we over een voorziening spreken dan bedoelen we een “erkende voorziening” die door een sectorale administratie erkend wordt en opgenomen is in het voorzieningenkadaster als EVD (eenheid van dienstverlening). Een organisatie is dan weer de rechtspersoon die geregistreerd staat in het KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen) en de juridische entiteit is die de hulp organiseert. In de praktijk zijn beiden vaak hetzelfde maar soms kan één organisatie meerdere voorzieningen bevatten die dan op hun beurt weer meerdere afdelingen kunnen hebben. De voorziening hoeft dus niet zelf de eigen adressen in te voeren en ‘up-to-date’ te houden. Alle info, die door de sectorale administraties verzameld is in functie van erkenning, wordt volledig gerecupereerd.
    Voor elke locatie kan er een mobiele actieradius worden opgegeven. Zo kan er steeds berekend worden of een cliënt bereikt kan worden met een mobiele module vanuit die locatie. Uiteraard wil een voorziening soms een wat uitvoerigere beschrijving van de site geven zoals een wegbeschrijving, een presentatie, enz. Dat kan ook weer via vrij op te maken infofiches.

    Een locatie bestaat uit naam en adresgegevens die uit het kadaster van voorzieningen wordt overgenomen met toevoeging van:

    • algemeen telefoonnummer
    • algemeen faxnummer
    • algemeen e-mailadres
    • website
    • de contactgegevens van de aanspreekpersoon voor deze locatie.

  • De toegankeliijkheid in de jeugdhulp kan zowel rechtstreeks als onrechtstreeks gebeuren.

    • ‘Rechtstreekse toegankelijkheid’ wil zeggen dat men rechtstreeks met de jeughulporganisatie contact kan opnemen om gepaste jeugdhulp te vragen en te krijgen, afhankelijk van de probleemomschrijving en de mogelijkheid tot (onmiddellijke) opname. Elke hulpverlener, ouder, iemand uit de context van de minderjarige, medewerker uit de Brede Instap, … kan als contactpersoon-aanmelder optreden op de rechtstreeks toegankelijke hulp aan te vragen.
    • ‘Niet-Rechtstreekse toegankelijkheid’ wil zeggen dat de overheid oordeelde dat deze jeugdhulp intensief is en maatschappelijk een grote kost. Omdat de overheid de instroom in deze jeugdhulporganisaties wil gepast filteren en stroomlijnen, wil ze dat deze hulpverlening eerst de Intersectorale Toegangspoort passeert, voordat een jeugdhulporganisatie aangesproken wordt.

    Voor meer informatie over de rechtstreekse of niet rechtstreekse toegankelijkheid naar een andere pagina op deze infojeugdhulp.be; zie daartoe ‘Soorten Jeugdhulp’ en de onderliggende pagina’s: www.infojeugdhulp.be/jeugdhulp/rt-jh en www.infojeugdhulp.be/jeugdhulp/nrt-jeugdhulp.

Bron: Modulering 2.0
Deze pagina is laatst aangepast op 24/07/2016 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vul de CAPTCHA code in. * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.