IPH – Intersectorale Prioritaire hulpvragen

Fase van de prioritair toe te wijzen hulpvragen

Het team jeugdhulpregie zal maximaal gebruik maken van de fase van de hulpregiebespreking om zo de collectieve verantwoordelijkheid ten volle te laten spelen. Als dat toch niet lukt, en de hulpregiebespreking niet tot een akkoord leidt om hulp op te starten, dan komt de aanvraag terecht in de fase van de prioritair toe te wijzen hulpvragen. Het is het team Jeugdhulpregie dat de beslissing neemt om deze fase op te starten. Voor hulpvragen die een module handicap bevatten, kan deze fase enkel opgestart worden indien het IRPC eerder een prioriteit toekende aan de hulpvraag. Is dat (nog) niet het geval, dan moet de aanvraag eerst opnieuw voor prioritering worden voorgelegd aan het IRPC; beslist het IRPC tot het toekennen van een prioriteit, dan kan het team JHR beslissen fase 3 op te starten.

Het kan ook zijn dat een jeugdhulpregisseur van bij de ontvangst van de aanvraag van oordeel is dat de hulpvraag prioritair toe te wijzen is. De dossierverantwoordelijke kan dit voorstel dan meteen voorleggen aan het team Jeugdhulpregie (voor dossiers die een module handicap bevatten kan dit zoals hoger vermeld enkel indien het IRPC een prioriteit toekende). De jeugdhulpregisseur hoeft dus niet eerst een hulpregiebespreking georganiseerd te hebben vooraleer deze fase kan worden opgestart. De jeugdhulpregisseur kan zich laten leiden door een aantal criteria voor het inschatten of fase 3 moet worden opgestart. Het gaat dan om het gecombineerd aanwezig zijn van een aantal van volgende kenmerken:

  • uitstroom gemeenschapsinstelling
  • geen onderdak
  • geen dagbesteding
  • geen/beperkte context
  • nood aan 1 op 1 begeleiding
  • tal van breuklijnen in de hulpverlening
  • gedragsproblematiek
  • psychische problemen
  • problemen op verschillende levensdomeinen

Van een gelijkaardige orde zijn aanvragen ‘hoogdringendheid’ van de jeugdrechtbank: deze aanvragen zijn steeds dossiers met de hoogste prioriteit. Dus zonder dat een beslissing van het team Jeugdhulpregie nodig is en zonder dat het IRPC tussenkomt i.f.v. prioritering.

In deze fase kan de jeugdhulpregisseur een overlegtafel met experten, betrokken jeugdhulpaanbieders, de contactpersoon-aanmelder en de cliënt organiseren.

De jeugdhulpregisseur krijgt in deze fase het beslissingsmandaat om bepaalde hulp toe te wijzen. De jeugdhulpregisseur is gemachtigd om het verzekerd aanbod te onderzoeken en de jeugdhulpregisseur kan (maar moet niet) met extra budget bijkomende hulp inkopen. Per jongere kan er het eerste jaar maximaal 20.000 euro, het tweede jaar maximaal 10.000 euro en het derde jaar maximaal 5.000 euro ingezet worden. Het team jeugdhulpregie bepaalt het uiteindelijke bedrag dat per jongere wordt ingezet al naargelang de noden van de jongere. Dit budget kan ingezet worden in meerdere voorzieningen tegelijk, is eindig per voorziening, eindig in tijd en uitzonderlijk te overschrijden of te combineren met andere extra financieringsbronnen. Indien men het budget voor een jongere wil overschrijden dient dit goed geargumenteerd te worden en goedgekeurd te worden door de algemeen directeur van de Toegangspoort. Indien een voorziening zich niet verder engageert, kan een nieuw budget bepaald worden voor de ontwikkeling van een jeugdhulpverleningsplan met nieuwe voorzieningen.

Het aanvullende geïndividualiseerde aanbod dat op deze manier wordt ingezet, bestaat uit aanbod dat:

  • niet zonder meer geboden kan worden in het kader van de jeugdhulpregie;
  • aanvullend wordt ingezet naast niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening die geboden wordt aan de minderjarige;
  • geboden wordt door een of meer dienstverleners of materiële of praktische hulp is;
  • het mogelijk maakt om jeugdhulpverlening alsnog op te starten of voort te zetten.

De opstart van de dossiers gebeurt in principe op een overlegtafel. Op deze overlegtafel kunnen ook niet betrokken partners uitgenodigd worden en partners uit de volwassen hulpverlening. Partners uit CLB en onderwijs/tewerkstelling dienen bij voorkeur aanwezig te zijn. Het resultaat van het overleg is een handelingsplan op maat van de jongere.

Indien er een budget wordt toegekend, dient het handelingsplan duidelijk te maken waarvoor de middelen zullen worden ingezet. Op het overleg wordt dan ook een hulpcoördinator aangesteld. De hulpcoördinatie overstijgt een louter administratieve opvolging. De hulpcoördinator is het aanspreekpunt van de jongeren, duidt op afspraken en zorgt voor afstemming. De coördinator krijgt het mandaat om gemaakte afspraken op te volgen en kan bij het niet nakomen ervan beroep doen op de jeugdhulpregie ter ondersteuning. De coördinator zorgt voor een lange termijn plan en overstijgt hierbij de grenzen van de jeugdhulp. Hij slaat de brug naar volwassenheid door tijdig de partners van volwassen hulpverlening te betrekken.

Het handelingsplan, dat moet worden goedgekeurd door het team jeugdhulpregie, dient aan volgende vormvereisten te voldoen:

  • termijn van het handelingsplan bepalen binnen het kalenderjaar (termijnen tussen 1 januari en 31 december);
  • geïndividualiseerd aanbod waarvoor middelen worden ingezet (kan niet samenvallen met de reguliere werking van de jeugdhulpaanbieder);
  • samenwerkingsverbanden met taakomschrijving en –afbakening;
  • afspraken over cliëntparticipatie;
  • time-out afspraken;
  • lange termijnplanning, ook i.f.v. de afbouw van de bijkomende middelen;
  • begroting.

Indien na intensief overleg blijkt dat het niet lukt om engagementen te verkrijgen of voorzieningen weigeren om deel te nemen of het lukt niet om een handelingsplan op te stellen, gebruikt het team jeugdhulpregie haar mandaat om de jeugdhulp te laten opstarten.

Het weerkerend problematisch functioneren van fase 3 van de jeugdhulpregie kan geagendeerd worden op het IROJ waar het realiseren van collectieve verantwoordelijkheden kan worden besproken. Het team jeugdhulpregie bespreekt het handelingsplan en vraagt al dan niet een herwerking. Indien het team jeugdhulpregie inhoudelijke vragen heeft over het beschreven geïndividualiseerd aanbod kan het team zich richten naar een contactpersoon van het agentschap van de voorziening voor toetsing.

Na goedkeuring van het plan wordt het toegevoegd aan de jeugdhulpverleningsbeslissing en start de uitvoering. Het toegekende budget wordt vermeld in de jeugdhulpverleningsbeslissing. De betrokken partners bij het handelingsplan worden door de hulpcoördinator geïnformeerd over hun rol in de uitvoering van het handelingsplan. De hulpcoördinator heeft oog voor tijdige evaluatie van het handelingsplan – al dan niet via een cliëntoverleg. Indien men opnieuw aanspraak wil maken op de inzet van bijkomende middelen neemt de hulpcoördinator minstens één maand voor de einddatum van het handelingsplan contact met het team jeugdhulpregie met een nieuw voorstel van handelingsplan om de continuïteit van de hulpverlening te verzekeren.

Het team jeugdhulpregie wordt voor de overgang naar fase 3 ondersteund door de informatica. Zo zullen er ‘knipperlichten’ geïnstalleerd worden als bepaalde termijnen overschreden worden, zodat de dossierverantwoordelijke weet dat hij moet nagaan of het aangewezen is een hulpregiegesprek te organiseren of om de fase prioritair toe te wijzen hulpvraag op te starten.

De kosten van het geïndividualiseerd aanbod komen in aanmerking voor subsidiëring wanneer tegelijkertijd aan volgende voorwaarden is voldaan:

  • de voorgelegde uitgaven liggen binnen de grenzen van het door het team jeugdhulpregie vastgelegde bedrag;
  • de uitgaven worden bewezen aan de hand van een kopie van de boekhoudkundige uitgavestukken;
  • de vraag tot terugbetaling wordt voorgelegd aan het Fonds Jongerenwelzijn binnen het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarop de kosten betrekking hebben.

Naast het casusgericht overleg dat georganiseerd wordt in fase 3 van de jeugdhulpregie, zal er daarnaast ook nood zijn aan een structureel regionaal overleg m.b.t. complexe problematieken, specifieke doelgroepen en het organiseren van de collectieve verantwoordelijkheid. Zo’n structureel forum kan eveneens georganiseerd worden door de Intersectorale Toegangspoort. Het gaat om intersectoraal overleg waarbij er ook tussen de regio’s afspraken gemaakt moeten worden om te vermijden dat complexe dossiers van de ene naar de andere regio ‘verhuizen’. Vanuit dat overleg kan ook gerapporteerd worden aan het Intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp (IROJ).

Bron: Werkingsprocessen in de intersectorale toegangspoort - versie okt. 2014

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vul de CAPTCHA code in. * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.