Prioritering

Een CPA kan een dossier voordragen om te prioriteren bij de jeugdhulpregie. Dit gebeurt door op het A-doc het vakje ‘urgentie’ aan te vinken én (!) de priorchecklist toe te voegen. Zonder de toevoeging van de priorchecklist wordt een melding als ‘urgent’ of ‘dringend’ niet als prioraanvraag afgehandeld.

De priorchecklist wordt ter beschikking gesteld via het Vlaams Loket Jeugdhulp (zie: jongerenwelzijn.be/vlaams-loket-jeugdhulp).

Er zijn variante werkwijzen voor de afhandeling van deze ‘aangevraagde prioriteringen’, afhankelijk van de soort aanvraag. 

  • Prioriteren van hulpvragen [inclusief PAB en PVC]

    De volgende opdracht van de jeugdhulpregisseur is na te gaan of aan een aanvraag een prioriteit moet worden toegekend of niet. Wordt er een prioriteit toegekend aan een hulpvraag, dan is dat zichtbaar op de wachtlijst (in het vet). Een belangrijk onderscheid is dit tussen een ISV (indicatiestellingsverslag) mèt of zònder een typemodule ‘handicap’.

    • Voor de indicatiestellingsverslagen die geen typemodule handicap bevatten, beslist het team jeugdhulpregie over het al dan niet toekennen van een prioriteit.
    • Voor aanvragen met een typemodule handicap beslist de Intersectorale Regionale Prioriteitencommissie (IRPC) over het al dan niet toekennen van een prioriteit. Ook aanvragen voor PAB en PVC moeten geprioriteerd worden door de IRPC vooraleer dit aanbod kan ingezet worden. In al deze situaties gebeurt de voorbereiding door de dossierverantwoordelijke van het team Jeugdhulpregie. De samenstelling en werking van de IRPC wordt elders op deze site toegelicht

    A. Inhoudelijke beoordelingscriteria

    Bij alle aanvragen tot prioritering worden dezelfde criteria ingeschat en gewogen, ofwel door het team jeugdhulpregie ofwel door het IRPC.

    Er zijn twee feitelijke criteria:

    1. Migratievraag:

    Het gaat om een zorgvraag van een minderjarige die al gebruik maakt van niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening en een vraag stelt naar de zelfde of naar een op basis van de weging ondergeschikte module jeugdhulpverlening bij een andere jeugdhulpaanbieder (bv. dichter bij huis). Er is sprake van een migratievraag als het oplossen van de vraag ook betekent dat de bestaande hulpverlening beëindigd wordt en indien er bij vrijkomend aanbod ook onmiddellijk wordt overgestapt. Dit betekent dat voor de toekenning van de prior, jeugdhulpregie nakijkt of de voorziening een open plaats gedeclareerd heeft voor het aanbod waar de minderjarige gebruik van maakte.

    Voorwaarde is ook dat de voorziening waar de minderjarige naar wil migreren ermee akkoord gaat om de jongere op haar wachtlijst te plaatsen.

    2. Het samen houden van broers en zussen:

    Tenzij het niet aangewezen is om de minderjarige samen met zijn broer of zus te laten gebruikmaken van het aanbod van dezelfde jeugdhulpaanbieder, krijgt de minderjarige een prior wanneer de broer of zus al gebruik maakt van niet rechtstreeks toegankelijke verblijfsmodules.

    Daarnaast zijn er vier inhoudelijke elementen te beoordelen:

    1. De (positieve of negatieve) inschatting of de integriteit van de minderjarige in gevaar is;

    2. De (positieve of negatieve) inschatting van de aanwezigheid van een netwerk voor de minderjarige en van de eigen krachten in het netwerk;

    3. De (positieve of negatieve) inschatting van het effect van de huidige, lopende hulpverlening

    4. De (positieve of negatieve) inschatting van de al verleende jeugdhulpverlening of hulpverlening (o.a. de historiek van de zorgvraag, de continuïteit van de verleende hulp).

    B. Consequenties van prioritering

    Wanneer er een prioriteit wordt toegekend aan een hulpvraag, is dat zichtbaar in INSISTO). Wanneer de geprioriteerde hulpvraag wordt gesleept naar een instroommogelijkheid, verschijnt die in het vet bovenaan de lijst. Een voorziening moet bij een vrijkomende plaats steeds kiezen uit de aanvragen met prioriteit (als die er zijn). Ze kan van dit principe slechts gemotiveerd afwijken – een motivering die moet worden goedgekeurd door het team jeugdhulpregie.9 Een hulpvraag met een ‘p’ heeft zo een grotere kans om effectief ook (sneller) hulp opgestart te krijgen. Staan er meerdere aanvragen met prioriteit op de wachtlijst, dan kan de voorziening er voor kiezen chronologisch op te nemen uit de prioritaire aanvragen. Sectorale administraties (in concreto Jongerenwelzijn, VAPH en Kind en Gezin) kunnen hieromtrent richtlijnen bezorgen aan de door hen gesubsidieerde voorzieningen.

    Een specifieke vorm van hulp in dit verband is pleegzorg – ook aan pleegzorgdossiers kan een prioriteit toegekend worden. Echter, gelet op het belang van een goede matching tussen het pleeggezin en de minderjarige, kan een pleeggezin niet verplicht worden om een minderjarige op te nemen in het gezin aan wiens aanvraag een prioriteit is toegekend. Toch is het ook voor de pleeggezinnendienst relevant om te weten of aan een vraag naar pleegzorg een prioriteit wordt toegekend of niet – zo kan ze haar opvolgingsprocessen zo nodig aanpassen.

    Voor elke geprioriteerde jeugdhulpvraag geldt dat ze haar prioriteit verliest indien de minderjarige bij een vrijkomende plaats in één van zijn/haar voorkeursvoorzieningen niet instapt in de aangeboden hulpverlening (criterium van de instapbereidheid). De voorziening meldt de weigering van de minderjarige aan het team jeugdhulpregie. Jeugdhulpregie neemt contact op met de contactpersoonaanmelder. In uitzonderlijke situaties (bv. de minderjarige verblijft tijdelijk in het ziekenhuis) kan de prior behouden blijven.

    Wanneer jeugdhulpregie of IRPC een hulpvraag prioriteren, gaat dit af van het quotum. 20 à 30% van het vrijkomend aanbod op jaarbasis kan ingevuld worden door een geprioriteerde hulpvraag. De regiocoördinator bepaalt het aantal hulpvragen dat geprioriteerd kan worden op basis van de beschikbare cijfergegevens bij de betrokken agentschappen (VAPH, AJW, K&G). Het quotum wordt bepaald per typemodule. Toekenningen van prioriteiten worden gespreid over het hele jaar. Hiertoe wordt het quotum opgedeeld per maand. Jeugdhulpregie licht de quotumberekening toe aan de leden van de IRPC bij het begin van het jaar.

    De prioritering gebeurt op cliëntniveau. Indien een prioriteit wordt toegekend, worden alle modules die door jeugdhulpregie toegewezen zijn aan de minderjarige, geprioriteerd, tenzij uit de onderhandelingen blijkt dat de prioriteit enkel van toepassing is op één typemodule. De overeenkomstige typemodules gaan af van het quotum.

    Voor wat betreft de feitelijke criteria (1 en 2): deze worden per definitie goedgekeurd als prioriteit door jeugdhulpregie. Deze dossiers worden niet voorgelegd aan de IRPC. Het toekennen van een prioriteit aan een migratievraag wordt niet meegerekend voor het bepalen van het quotum.

  • Indicatiestellingsverslagen zonder typemodule handicap en jeugdrechtbankdossiers (zowel met als zonder typemodules handicap) worden geprioriteerd door jeugdhulpregie. Ook indicatiestellingsverslagen die werden aangevraagd via een VIST worden door jeugdhulpregie geprioriteerd (zowel met als zonder typemodules handicap).

    Hoe wordt de prior aangevraagd?

    Een prior kan op twee manieren worden aangevraagd:

    • De prior wordt aangevraagd bij het indienen van het A-document. In het vak ‘urgentie’ wordt aangegeven dat men een vraag tot prioritering wil stellen. Tegelijkertijd met het indienen van het A-document vult men ook een priorchecklist in die aanvullend op het A-document peilt naar de feitelijke en inhoudelijke criteria om prioriteit goed te keuren. De priorchecklist wordt ter beschikking gesteld via het Vlaams Loket Jeugdhulp (zie: hoger). MDT’s kunnen dit als bijlage toevoegen aan het A-document. Andere contactpersonen-aanmelders bezorgen dit via mail aan jeugdhulpregie.
    • De prior wordt aangevraagd voor een reeds ingediend A-document. De contactpersoonaanmelder vult de priorchecklist in en bezorgt die via mail aan jeugdhulpregie.

    De aanvraag bevat recente, duidelijke, concrete en gedetailleerde informatie. Enkel een vermelding ‘urgentie hoog’ of ‘dringend’ zal niet leiden tot het toekennen van een prioriteit.

    Het vragen van een prioriteit door een contactpersoon-aanmelder is best ook een team gedragen voorstel/vraag.

     

    Behandeling van de aanvragen

    • De dossierverantwoordelijke binnen jeugdhulpregie neemt de aanvraag door.
    • Is de dossierverantwoordelijke van oordeel dat de aanvraag in aanmerking komt voor het toekennen van een prioriteit, legt hij het voor aan het team jeugdhulpregie.
    • Het toekennen van een prioriteit is een teambeslissing. De aanvragen tot prioritering worden 2-wekelijks behandeld.

     

    Verdere afhandeling

    De beslissing over het wel/niet toekennen van een prioriteit wordt door de Toegangspoort gecommuniceerd aan de contactpersoon-aanmelder via mail en aan de cliënt, zijn ouders en, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken via brief.

    Als het dossier geprioriteerd is, komt de minderjarige met een ‘p’ op de juiste instroomlijst terecht of wordt een ‘p’ toegevoegd aan de minderjarige op de juiste instroomlijst. Hij verschijnt bovenaan de lijst. Als er andere geprioriteerde dossiers op de instroomlijst staan, worden de geprioriteerde dossiers chronologisch weergegeven volgens datum ‘weerhouden’ (dus niet de datum van de prioritering).

  • Situering

    De contactpersoon-aanmelder bezorgt een priorchecklijst aan de intersectorale toegangspoort.De beslissing tot prioritering van aanmeldingen voor een typemodule ‘handicap’ gebeurt door het IRPC (de Intersectorale Regionale Prioriteitencommissie), op basis van (een goed ingevulde) priorchecklijst, het A-document en het ISV. Dit is een dienst binnen de werking van het ITP.

    De krijtlijnen van het IRPC worden bepaald in art. 26 van het decreet betreffende de integrale jeugdhulp en in art. 49 van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de integrale jeugdhulp.

     

    Opdracht

    De opdrachten van het IRPC kaderen in het besluitvormingsproces over prioritering van aanvragen met een typemodule handicap bij de intersectorale toegangspoort, met uitzondering van dossiers
    onder de bevoegdheid van de jeugdrechter.
     
    De opdrachten van de IRPC op casusniveau zijn:
    • het al dan niet toekennen van prioriteit aan de aanvraag
    • het al dan niet toekennen van een PAB aan een geprioriteerde hulpvraag
    • het al dan niet toekennen van een persoonsvolgende convenant (PVC) aan een geprioriteerde hulpvraag.
    Daarnaast heeft het IRPC de opdracht om een beleidsmatige bespreking te houden over hulpvragendie omwille van hun complexiteit heel moeilijk totgepaste hulpverlening komen. Van het IRPC wordt verwacht dat zij zicht houdt op de wijze waarop de collectieve verantwoordelijkheid in de regio voor deze hulpvragen effectief is. Concreet gebeurt dit via rapportering en beleidsadvisering aan het IROJ.
     

     

    Samenstelling

    Vanaf 1 januari 2015 zal het IRPC worden samengesteld met leden van de volgende categorieën:
    1. twee vertegenwoordigers van de gebruikers van de jeugdhulp;
    2. een vertegenwoordiger van de jeugdhulpaanbieders van de sectoren Kind & Gezin, VAPH en Jongerenwelzijn (één per sector);
    3. een vertegenwoordiger van de erkende multidisciplinaire teams;
    4. de regiocoördinator van de toegangspoort;
    5. een vertegenwoordiger van de gemandateerde voorzieningen in de regio
    6. een vertegenwoordiger van het VAPH in de regio.
    De IRPC komt rechtsgeldig samen als minstens één van de leden uit categorie 1, 2 & 3 aanwezig is, als het lid van categorie 4 aanwezig is en als minstens één van de leden uit categorie 5 en 6
    aanwezig is. Een vertegenwoordiging van de jeugdhulpregie die de vergadering voorbereidt, neemt deel aan de vergadering.
    Het managementcomité Integrale Jeugdhulp benoemt de leden van het IRPC, voor twee jaar verlengbaar. Voor elk lid is er een plaatsvervangend lid.
     

     

    Werking

    De IRPC komt minstens maandelijks samen, tenzij er geen enkel dossier in aanmerking komt voor bespreking.
    De leden kiezen onder zich een voorzitter. Wanneer de voorzitter niet aanwezig kan zijn op de vergadering, neemt de regiocoördinator van de toegangspoort het voorzitterschap waar. De administratieve ondersteuning van het IRPC gebeurt door het team jeugdhulpregie van de intersectorale toegangspoort. Het team jeugdhulpregie heeft volgende taken bij het behandelen van
    dossiers:
    • Op basis van Vlaamse criteria een voorstel uitwerken voor de prioriteit waarmee de hulpvraag moet worden behandeld;
    • Voor hulpvragen waar wordt voorgesteld prioriteit toe te kennen, indien nodig het voorstel te hechten voor het toekennen van een persoonsvolgende convenant;
    • Een onderscheid maken tussen afroep- en discussiedossiers.
    De jeugdhulpregisseur doet een voorstel voor prioritering rekening houdende met de geldende quota en beschikbare middelen voor PAB en PVC. Het IRPC neemt de definitieve beslissing inzake
    prioritering.

     

    Werkingsprincipes
    • Alle leden van het IRPC krijgen uiterlijk 7 dagen voorafgaand aan de vergadering de nodige informatie in verband met de geagendeerde discussiedossiers. Het gaat om het A-document, het ISV en de priorchecklist.
    • Op de zitting van het IRPC licht de jeugdhulpregisseur het dossier toe aan de leden van het IRPC. Het is het IRPC die op het einde van de vergadering de formele eindbeslissing neemt over het toekennen van een prioriteit. Het dient hierbij minstens rekening te houden met de Vlaamse prioriteitscriteria.
    • Het IRPC dient daarnaast ook rekening te houden met het quotum dat de intersectorale toegangspoort hanteert en voor aanvragen PAB en PVC dient het IRPC rekening te houden met de beschikbare regionale middelen.
    • De leden van het IRPC streven naar consensus. Bij onenigheid wordt er gewerkt via stemming. Alle leden hebben elk één stem en het IRPC beslist met gewone meerderheid. De minderjarige, zijn ouders en, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het IRPC.
    • Het managementcomité stelt een huishoudelijk reglement op dat meer in detail de werking van het IRPC bepaalt.

  • De toekenning van persoonlijke assistentiebudgetten (PAB) gebeurt door het IRPC, rekening houdende met de regionaal beschikbare middelen. Ze kennen alleen budgetten toe aan de prioritaire vragen. (Merk op: De typemodule PAB is niet mogelijk in jeugdrechtbankdossiers.)

     

    Hoe wordt het PAB aangevraagd?

    Het PAB wordt aangevraagd met een A-document en een PAB-inschalingsverslag. Het team IST beoordeelt de aanvraag. Wanneer team IST de typemodule PAB toekent, verbindt het hieraan ook onmiddellijk een bepaald theoretisch PAB-budget. Het bepalen van de budgethoogte maakt deel uit van de vorming voor indicatiestellers.
    PAB kan bij uitbetaling er van niet gecombineerd worden met een aantal jeugdhulpmodules. Het PAB kan wel gecombineerd worden met modules schoolaanvullende of schoolvervangende dagopvang, maar dit heeft een impact op de budgethoogte. Op het moment van indicatiestelling moet er geen rekening gehouden worden met al dan niet lopende hulpverlening en de mogelijke combinaties. Het VAPH zal de aanpassing van de budgethoogte berekenen.

     

    Hoe wordt de prior aangevraagd?

    Van zodra er middelen vrijkomen waarmee PAB’s uitbetaald kunnen worden, schrijft ITP alle contactpersonen-aanmelders aan van de dossiers die in hun ISV de typemodule PAB hebben en doorgestroomd zijn naar JHR.

    De contactpersoon-aanmelder die de prior wil aanvragen, moet een checklist invullen. Deze checklist is dezelfde als de checklist voor prioraanvragen. De checklist polst specifiek naar de urgentie van de hulpvraag en geeft de mogelijkheid om nieuwe info, bijkomend ten opzichte van het A-doc, toe te voegen. Aangezien het A-doc (incl. PAB-inschalingsverslag) de meeste informatie reeds bevat, wordt enkel gepeild naar nieuwe info die een impact heeft op de urgentie van de hulpvraag.

    De contactpersoon-aanmelder bezorgt de ingevulde checklist via mail aan JHR. Het vragen van een prioriteit door een contactpersoon-aanmelder is best ook een team gedragen voorstel/vraag. Een PAB kan niet worden toegekend aan minderjarigen waarvoor een procedure bij een gemandateerde voorziening of een gerechtelijke procedure lopende is.

     

    Behandeling van de aanvragen

    • Het team jeugdhulpregie verzamelt de ingevulde checklists en neemt ze door om ze als discussiedossier voor te leggen aan het IRPC. Wanneer er veel meer aanvragen zijn dan beschikbare budgetten, doet ze een eerste selectie. Ze maakt een onderscheid tussen afroepdossiers (komen niet in aanmerking voor prior) en discussiedossiers (komen in aanmerking voor prior).
    • De bespreking verloopt hetzelfde als een gewone IRPC-zitting. De leden krijgen uiterlijk 7 dagen vooraf toegang tot het dossier (A-doc + checklist) en streven bij de bespreking naar consensus. De jeugdhulpregisseurs lichten de aanvragen gestructureerd toe.
    • Afhankelijk van het aantal te bespreken dossiers kan het wenselijk zijn om een extra IRPC-zitting bijeen te roepen en de te bespreken dossiers eerder te bezorgen dan 7 dagen vooraf.
    • De IRPC motiveert de beslissing om al dan niet PAB toe te kennen.
    • De regiocoördinator informeert de leden van het IRPC over de beschikbare budgetten. Het IRPC kan autonoom beslissen om de middelen in één keer te besteden, dan wel de besteding te spreiden over de loop van één kalenderjaar. Het budget dient per kalenderjaar wel volledig opgebruikt te worden. Er mag geprioriteerd worden tot net boven de voorziene maximumhoogte van het budget voor PAB.

     

    Verdere afhandeling

    Het team jeugdhulpregie staat in voor de administratieve opvolging van de beslissing van het IRPC.
    De beslissing over het wel/niet toekennen van een prioriteit wordt door de Toegangspoort gecommuniceerd aan de contactpersoon-aanmelder via mail en aan de cliënt, zijn ouders en, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken via brief. Als er een PAB is toegekend door het IRPC gebeurt dit via een jeugdhulpbeslissing (cashbeslissing). Voor de jeugdhulpbeslissingen over PAB is een standaardbrief opgesteld die als basis gebruikt moet worden. De jeugdhulpbeslissing is geldig tot de einddatum van het ISV, en maximaal tot en met 21 jaar.
    Er is geen beroepsmogelijkheid tegen de beslissing van het IRPC, maar de aanvragen blijven in regie staan, waardoor de contactpersonen/aanmelders bij vrijkomend budget opnieuw aangeschreven worden om een prioraanvraag in te dienen.
    Eens de beslissing genomen is, wordt het dossier overgemaakt aan de PAB-cel van het VAPH die instaat voor de verdere opvolging en uitbetaling. Dit gebeurt automatisch via de webservice.
     
    De PAB-cel zal de nieuwe budgethouders uitgebreid informeren over de manier waarop het PAB kan ingezet worden en deelt ook de definitieve budgethoogte mee indien het PAB gecombineerd wordt met ander hulpaanbod. Als VAPH de budgethoogte wijzigt bij de opstart of gedurende de uitvoering van het PAB, heeft de cliënt de mogelijkheid om beroep aan te tekenen bij de arbeidsrechtbank.
     
    De PAB-cel volgt het PAB verder op. Wijzigingen die een impact hebben op de budgethoogte of vroegtijdige stopzettingen moeten gemeld worden aan de PAB-cel en niet aan de ITP.
    De Intersectorale Toegangspoort beheert de middelen voor PAB. Jaarlijks wordt vanuit het VAPH meegedeeld hoeveel het budget stijgt omwille van indexering en andere factor en en eventueel omwille van uitbreidingsbeleid.
     
    VAPH informeert JHR ook over niet (tijdige) opstart van het PAB. De vrijgekomen middelen kunnen terug ingezet worden door JHR. Bij stopzetting van het PAB worden de vrijgekomen middelen ingezet door VAPH voor uitbetaling spoedprocedures. Deze middelen komen dus niet terug naar de regio’s.

     

    Overgang naar meerderjarigheid

    De PAB typemodule kan in het kader van de jeugdhulp ingezet worden tot en met 21 jaar. Om PAB te verlengen na de 22e verjaardag, moet er een aanvraag gebeuren bij het VAPH. Als na de aanvraag blijkt dat de persoon nog steeds nood heeft aan een PAB blijft het budget de persoon volgen.
     
    Vaak heeft dit wel een wijziging van budgethouder (van ouder naar persoon zelf) tot gevolg.

     

    PAB-spoedprocedure

    Een PAB kan ook worden toegekend in het kader van een spoedprocedure voor minderjarigen met een snel-degeneratieve aandoening.
    PAB’s via de spoedprocedure hebben automatisch recht op de maximum budgethoogte.
     
    Als uit het ISV blijkt dat een PAB toegekend dient te worden in het kader van de spoedprocedure, dan wordt dit door het team IST onmiddellijk doorgestuurd naar de PAB-cel van het VAPH.
     
    Team IST bezorgt het ISV ook aan team JHR dat de jeugdhulpbeslissing opmaakt. Hiervoor is een apart sjabloon opgemaakt. De jeugdhulpbeslissing vermeldt duidelijk dat ze kadert in de spoedprocedure voor PAB en vermeldt de budgethoogte.

  • Het IRPC kent de persoonsvolgende convenanten (PVC) toe, rekening houdende met de regionaal beschikbare middelen. Ze kennen alleen convenanten toe aan dossiers in fase 3 van jeugdhulpregie. Dit geldt zowel voor gerechtelijke als buitengerechtelijke dossiers. Bij jeugdrechtbankdossiers staat het team jeugdhulpregie in voor de prioritering, maar beslist het IRPC om de convenant toe te kennen.

     

    Hoe wordt de prior aangevraagd?

    De convenanten worden ingezet in erg dringende situaties waar de voorziening via overeenkomst met het VAPH gefinancierd wordt om een minderjarige in overtal op te nemen. Het gaat om minderjarigen die niet via gewone prioritering kunnen instromen in een VAPH-voorziening en hun profiel komt aldus overeen met de dossiers die in fase 3 van jeugdhulpregie terecht komen. (Merk op: Een voorwaarde om fase 3 op te starten is dat het dossier reeds geprioriteerd is.)
     
    Wanneer er middelen voor PVC beschikbaar zijn, legt JHR alle dossiers in fase 3 met een geschikte typemodule voor aan het IRPC. JHR vult hiertoe een checklist in waarin de gegevens waarmee de prior aanvankelijk werd aangevraagd kunnen worden geactualiseerd en waarin bijkomend aangegeven wordt waarom de prioritering én escalatie naar fase 3 niet voldoende is om een oplossing te creëren voor die jongere. JHR kan beslissen om een dossier niet voor te leggen aan het IRPC wanneer uit de besprekingen in fase 3 blijkt dat een oplossing in de maak is.
     
    In de overlegtafels fase 2 kan de mogelijkheid van een convenant besproken worden. Indien men denkt dat dit een oplossing zou kunnen zijn, escaleert JHR het dossier naar fase 3 en legt het de
    vraag naar een PVC voor aan het IRPC.
     
    Een PVC heeft een aantal specifieke eigenschappen:
     
    • Een PVC kan enkel worden toegekend als er een geldig ISV is met typemodules handicap. Een PVC kan enkel worden ingezet in een VAPH-voorziening, voor specifieke modules.
    • De PVC kan niet worden ingezet om bijkomende expertise, bovenop een reguliere plaats, te financieren. De voorziening moet akkoord zijn om een convenant af te sluiten met het VAPH.
    • Het budget van de PVC is verbonden aan de jongere. Als de jongere verandert van voorziening of in een reguliere plaats instroomt, verliest de VAPH-voorziening de plaats. 

     

    Behandeling van de aanvragen

    Het team jeugdhulpregie verzamelt de ingevulde checklists en bereidt de IRPC voor:
    • Jeugdhulpregie verbindt een budgethoogte aan de vraag naar PVC op basis van de geïndiceerde typemodules. De budgethoogte van de PVC wordt berekend op basis van 100% personeelsinzet. Een GES+ plaats wordt gefinancieerd aan 125% personeelsinzet. De PVC kan ook toegekend worden in fracties van 40, 60 of 80 %, op voorstel van JHR.
    De budgethoogte per ondersteuningsvorm wordt jaarlijks vastgelegd in een omzendbrief. Deze cijfers worden jaarlijks geupdate in het kader van uitbreidingsbeleid. VAPH brengt ITP op de hoogte van deze update.
    We geven hier illustratief de budgetten uit 2015 weer (per typemodule): Verblijf voor minderjarigen met een handicap (hoge frequentie): € 60.259 -Schoolaanvullende dagopvang: € 30.273 – Schoolvervangende dagopvang: € 42.658 – Verblijf voor minderjarigen met een (vermoeden van) handicap: € 66.190 – Verblijf voor GES+: € 70.793 – Mobiele/ambulante begeleiding: € 242 per begeleiding.
     
    Wanneer er veel meer mogelijke kandidaten in fase 3 zijn dan beschikbare budgetten, doet JHR een eerste selectie. Ze maakt een onderscheid tussen afroepdossiers (komen niet in aanmerking voor prior) en discussiedossiers (komen in aanmerking voor prior).
    • Afhankelijk van het aantal te bespreken dossiers kan het wenselijk zijn om een extra IRPC-zitting bijeen te roepen.
    • De bespreking verloopt hetzelfde als een gewone IRPC-zitting. De leden krijgen 7 dagen vooraf toegang tot het dossier (A-doc/ISV + checklist) en streven bij de bespreking naar consensus. De jeugdhulpregisseurs lichten de aanvragen gestructureerd toe.
    • Het IRPC motiveert de beslissing om al dan niet PVC toe te kennen.
    • Het IRPC kan zowel recurrente als tijdelijke convenants toekennen. Recurrente convenants worden toegekend tot de einddatum van het ISV, en maximaal tot en met 25 jaar. De verlenging door het IRPC na 21 jaar kan enkel indien voldaan is aan de voorwaarden van het BVR jongvolwassenen. Een convenant kan toegekend worden na de leeftijd van 18 jaar in het kader van voortgezette hulpverlening en is inzetbaar in voorzieningen voor volwassenen om de overgang naar volwassenhulpverlening voor te bereiden. Om PVC te verlengen na de 26e verjaardag, moet er een aanvraag gebeuren bij het VAPH. Als na de aanvraag blijkt dat de persoon nog steeds nood heeft aan een convenant blijft het budget de persoon volgen.
    • Tijdelijke convenants worden voor een beperkte periode toegekend met de uitdrukkelijke vraag om te laten doorstromen naar een reguliere plaats. Een tijdelijke convenant kan bijvoorbeeld ook worden toegekend wanneer een recurrente convenant niet onmiddellijk kan worden opgestart, waar door de middelen in afwachting gebruikt kunnen worden voor een andere cliënt.
    • Het IRPC kan autonoom beslissen om de regionale middelen voor PVC in één keer te besteden, dan wel de besteding te spreiden over de loop van één kalenderjaar. Het budget dient per kalenderjaar wel volledig opgebruikt te worden.
    • De regiocoördinator beheert de middelen voor PVC en informeert de leden van het IRPC over de beschikbare budgetten.

     

    Verdere afhandeling

    Het team jeugdhulpregie staat in voor de administratieve opvolging van de beslissing van het IRPC.
    De beslissing over het wel/niet toekennen van een PVC wordt door de Toegangspoort gecommuniceerd aan de contactpersoon-aanmelder via mail en aan de cliënt, zijn ouders en, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken via brief. Jeugdhulpregie brengt ook de betrokken voorziening (indien gekend) op de hoogte. Indien er nog geen voorziening bereid gevonden is om de jongere met een convenant op te nemen, neemt het team jeugdhulpregie contact op met de gepaste voorzieningen in de regio om de toegekende convenant om te zetten.
     
    Team jeugdhulpregie informeert de dienst persoonsvolgende financiering van het VAPH (convenanten.zorg@vaph.be) over de toegekende convenant, de betrokken voorziening (indien gekend), de budgethoogte, de in te zetten typemodules en de periode.
     
    Jeugdhulpregie volgt op of en wanneer de convenant effectief kan worden opgestart. Hiervoor is regelmatig contact met de contactpersoon-aanmelder noodzakelijk.
     
    De jeugdhulpbeslissing wordt opgemaakt op het moment van opstart van de hulpverlening via convenant, en dit ten vroegste de dag na de beslissing van het IRPC. De voorziening brengt het team JHR hiervan binnen de 24u op de hoogte. Team JHR maakt een cashbeslissing op en vermeldt hierbij duidelijk dat het gaat om een convenant en de toegekende budgethoogte. De beslissing wordt via de webservice overgemaakt aan het VAPH die de convenant afsluit met de voorziening voor uitbetaling. Het VAPH brengt de ITP op de hoogte wanneer de convenant met de voorziening daadwerkelijk is opgemaakt, zodat de ITP de bevestiging heeft dat de convenant werd opgestart.
     
    Een convenant wordt soms toegekend in afwachting van reguliere instroom in een voorziening. De minderjarige blijft dus op de wachtlijst staan van de voorziening. Aangezien de PVC kadert in fase 3, is de voorziening in principe gehouden om deze jongere eerst op te nemen bij vrijkomend aanbod.
     
    De Intersectorale Toegangspoort beheert de middelen voor PVC. Jaarlijks wordt vanuit de afdeling zorg, dienst persoonsvolgende financiering van het VAPH meegedeeld hoeveel het budget stijgt omwille van indexering en andere elementen en eventueel omwille van uitbreidingsbeleid.
     
    Elke wijziging of stopzetting van de convenant wordt door de contactpersoon-aanmelder gemeld aan jeugdhulpregie. Wanneer er goedkoper zorgaanbod wordt ingezet, of de convenant vroegtijdig stopt, kan het vrijgekomen budget terug worden ingezet voor de toekenning van convenanten.

Bron: naar Werkingsprocessen in de intersectorale toegangspoort - versie okt. 2014

Deze pagina werd laatst bijgewerkt op 21/07/2016

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vul de CAPTCHA code in. * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.